Achtzaamheid

De vier functies van Mindfulness

door Joseph Goldstein

Het onderstaande is een vertaling en lichte bewerking van een instructie die Joseph Goldstein op 14 april 2004 gegeven heeft in het Forest Refuge van de Insight Meditation Society in Barre, Massachusetts. De instructie was gericht tot enkele tientallen deelnemers aan een lange meditatieretraite. De oorspronkelijke Amerikaanse versie duurt bijna een uur en is hier in audio te beluisteren.

 

Mindfulness is de Engelse vertaling van het Pali-woord sati. Het is mindfulness of sati dat iedere spirituele onderneming mogelijk maakt.

Hier volgt een - wat ik zou willen noemen - Ode aan Mindfulness van een Tibetaanse meester:

‘Mindfulness is de wortel van de Dharma, mindfulness is het centrale deel van de oefening, mindfulness is het fort van de geest, mindfulness is de hulp naar de wijsheid van aangeboren waakzaamheid. Gebrek aan mindfulness zal de negatieve krachten toestaan jou te overwinnen, zonder mindfulness zul je weggevaagd worden door luiheid, gebrek aan mindfulness is de schepper van slechte daden, zonder mindfulness en tegenwoordigheid van geest kan er niets bereikt worden, zonder mindfulness ben je een harteloze zombie, een wandelend lijk. Dierbare Dharma-vrienden, weest alsjeblieft mindful. Mogen door de aspiratie van de Boeddha’s en Bodhisattva’s alle Dharma-vrienden een stabiele mindfulness bereiken en de troon van het volmaakte ontwaken bestijgen.'

Dat somt lijkt mij wel het belang op van deze kwaliteit van de geest.

Sati heeft verschillende betekenissen en verschillende functies. Die zijn allemaal een sleutel naar de groei van wijsheid.

Op één niveau betekent het ‘herinneren’. Het verwijst in het bijzonder naar het zich voor de geest halen van bepaalde heilzame herinneringen. Dat zijn herinneringen aan de Boeddha, aan wat hij onderwezen heeft (de Dharma), aan degenen die dit in praktijk gebracht hebben (de Sangha), aan ons eigen ethische gedrag en met name onze vrijgevigheid, herinneringen aan hemelse wezens en herinneringen aan onze voorgaande levens.

Hoewel wij waarschijnlijk niet in staat zijn ons onze voorgaande levens te herinneren, zijn er misschien sommigen die dat toch kunnen. Maar de andere herinneringen kunnen zeer zeker een heel nuttig doel dienen en een hulp voor ons zijn op het lange pad naar ontwaken.

Wanneer wij reflecteren op de Boeddha, de Dharma en de Sangha, roept dit in ons op, of kan dit in ons opwekken, een versterking van vertrouwen, wat de context van onze individuele worsteling verbreedt, de vele ups en downs van onze oefening.

Herinneren wij ons dat de inspanningen die we in onze oefening verrichten een onderdeel zijn van een veel langere reis. We kunnen zo vast komen te zitten, midden in een strijd, in ongemak in het lichaam, of in moeilijkheden in de geest, en dan vergeten we dat het deel uitmaakt van een veel groter proces.

De Bodhisattva overwon krachten zoals begeerte, verlangen en aversie, rusteloosheid en eigendunk en een heel aantal andere. Zijn strijd onderscheidde zich in niets van die van ons. Wij zijn verwikkeld in precies hetzelfde proces. Dus wat betekent het deze zeer sterke krachten te overwinnen van verleiding, de gewoontes van verleiding, die ons kleingeestig houden en gesloten van hart? Dat is waar we in verwikkeld zijn. Wij zijn echt verwikkeld in het meest nobele streven om ons hart te zuiveren, om onze geest te zuiveren. Het is een pad dat de Boeddha ontdekt heeft en dat vele andere wezens door de jaren heen met succes afgelegd hebben. Dus het reflecteren op de Boeddha, de Dharma en de Sangha verbindt ons met een lange historische lijn van mensen.

Hier komt een zin die vele malen voorkomt in de sutta’s en die altijd een enorme vreugde in mij opwekt wanneer ik er bij stilsta. Hij herinnert ons aan al de talloze mensen door de jaren heen die gedaan hebben wat gedaan moet worden. Dat is het lied van Verlichting van nonnen en monniken en iedereen die de reis volbracht heeft: ‘Gedaan is wat gedaan moest worden.’ En dan denk ik steeds: wat een glorieus moment zal dat toch zijn! En dat kunnen  wij op een dag allemaal uitroepen!

Er zijn ook bespiegelingen over ons ethische gedrag. Dat is waarschijnlijk niet iets dat wij gewoonlijk erg vaak doen. (Hoewel  menigeen tegenwoordig de mond vol heeft over ‘positief zijn’, is het in dat verband niet bepaald gebruikelijk om het over ‘deugdzaamheid’ te hebben. Zou dat misschien te concreet zijn? – noot vertaler). Maar als we de tijd nemen om werkelijk te erkennen hoezeer wij ons wel degelijk gecommitteerd hebben aan deugdzaam gedrag – omdat wij dat allemaal op een heel diepe en wezenlijke manier ondernomen hebben – dan versterkt dat ons zelfvertrouwen, versterkt dat ons zelfrespect.

Het is met dat begrip van ‘Yes, I can train the mind’ dat ik mijn handelingen kan bewaken. Dit is iets wat ik kan en wat ik doe. Maar deze bespiegeling over deugdzaamheid wordt soms vermengd met onze zeer westerse gewoonte van zelfveroordeling. Er was een tijd dat ik oefende in Birma bij Sayadaw U Pandita dat ik een periode van droogte had in mijn oefening die weken duurde. Iedere dag was hetzelfde. Dagen, weken gebeurde er niets. Hoezeer ik ook druk uitoefende: er gebeurde niets dat de moeite van het onderscheiden waard was. En toen zei de Sayadaw op een dag tijdens een interview tegen mij: ‘Joseph, sta toch eens stil bij je deugdzaamheid.’ En hij deed mij die suggestie als een manier om energie en vreugde in mij op te wekken. Maar de eerste gedachte die in mijn geest opkwam, was: ‘Wat heb ik verkeerd gedaan?’ Dat was de eerste impuls in mijn geest. Dus wij moeten die gewoonte van zelfveroordeling achter ons laten en ons realiseren dat het echt een krachtige overdenking is.

En zelfs wanneer er misstappen zijn – want er ZIJN misstappen in deugdzaamheid, grotere of kleinere, voor ieder van ons – dan is het onze welwillendheid waarmee wij die misstappen onder ogen zien en waarmee wij ons opnieuw kunnen verbinden met de betrokkenheid die onze oefening doet voortgaan. In de tijd van de Boeddha was het heel gewoon dat mensen naar hem toekwamen en toegaven dat zij iets verkeerds gedaan hadden, een verkeerde handeling. De Boeddha zei dan: ‘Het dient gezien te worden als GROEI als iemand een overtreding als zodanig ziet, zichzelf corrigeert en zich voorneemt zichzelf in het vervolg te beheersen.’ Dat is dus een heel liberale opvatting van wat training in deugdzaamheid is. Dat geeft ons een enorme kracht, waarmee onze oefening zich kan blijven ontplooien.

De Boeddha sprak ook over het ons herinneren van onze vrijgevigheid, van onze gulheid en, als we daar iets mee hebben, over deva’s, hemelse wezens. Als we dit doen, brengt dat ons een werkelijke vreugde en lichtheid. De Boeddha begon zijn uiteenzettingen dikwijls met te spreken over vrijgevigheid, en hoe dat leidt tot geboorte in hemelse gebieden, hoe dat leidt tot het geluk daarvan, als een manier om de geesten van de mensen te verrukken. En als de geesten van zijn toehoorders dan open waren en zacht en ontvankelijk, dan diende hij hen de vier Nobele Waarheden toe.

Dus we moeten onze geest voorbereiden om diepere inzichten te ontvangen. Ik herinner mij een vroeger stadium in mijn oefening, toen ik in India was in Bodhgaya bij Munindra-ji. Hij had de gewoonte hele raps te geven over de deva-werelden. En ik vond het heerlijk! Hij was maar aan het vertellen over wezens met lichtgevende lichamen en hemelse musici en lusthoven. Dan sprak hij over Maitreya, de toekomstige Boeddha die nu in de Tusita-hemel verblijft en daar onderricht geeft. En werkelijk, het verrukte mijn geest. Gewoon te luisteren en vervuld te zijn met een soort van lichtheid en vreugde. Maar er waren ook sceptici, vooral onder de westerlingen, dus hij had zich aangewend om aan het einde van iedere rap te zeggen: ‘Jullie hoeven dit niet te geloven hoor! Het is waar, maar jullie hoeven het niet te geloven.’

Dus in tijden van weinig energie, in tijden van ontmoediging, kan deze toepassing van mindfulness, van deze verschillende wijze overpeinzingen, ons buitengewoon behulpzaam zijn. Omdat we het contact terugwinnen met iets wat groter is dan wijzelf.

Er is een andere betekenis van sati. Het is niet alleen maar het ons herinneren van het houden van dit soort overpeinzingen, maar een andere betekenis wordt beslist meer duurzaam toegepast in onze meditatieoefening en in ons dagelijks leven. Het is sati als tegenwoordigheid van geest of bewustheid van het huidige moment. Het is de eigenschap van wakkerheid, van ieder moment ‘erbij zijn’. En het is zeker het tegendeel van afwezigheid, als we verloren zijn, als we niet weten wat er aan de hand is. Sati of mindfulness in dit opzicht is de eigenschap van ononderbroken of zuivere aandacht. En in deze eigenschap, deze gelijkmatigheid van geest, is er geen vermijden van iets, er is geen onderdrukking van iets, er is geen reactie op wat er opkomt.

En het is eenvoudigweg deze openheid van geest, deze aandachtigheid, deze tegenwoordigheid van geest, en deze eigenschap van een niet-hechtende ontvankelijkheid, die het mogelijk maakt dat er intuïtieve wijsheid opkomt. In deze openheid kunnen we al onze ervaringen beginnen te zien in een uitdrukking die Munindra-ji ontelbare malen gebruikte, die volledig ingebed is in mijn bewustzijn en die een grote hulp voor mij was bij het stilzitten. Het is deze kwaliteit van zuivere aandacht, van open bewustzijn die ons in staat stelt alle ervaringen te zien als lege verschijnselen die voortrollen. Dat is alles wat er gebeurt van moment op moment: lege verschijnselen die voortrollen.

Ook buiten onze meditatieoefening is deze kwaliteit van zuivere aandacht iets waar we allemaal vertrouwd mee zijn op een, zo lijkt mij, heel wereldse manier, en dat is de ervaring die wij hebben als we naar muziek luisteren. Stel je maar voor: als je gemakkelijk bent gaan zitten om te luisteren naar je favoriete muziek, is je geest open, aandachtig. Hij probeert niet iets te controleren, hij probeert niet te controleren wat er komen gaat, en hij gaat niet bespiegelen over de noten die zojuist geklonken hebben. We zijn gewoon daar, van moment tot moment, bij wat er zich ontvouwt. En dikwijls denk ik dat de term ‘luisteren’ een heel goede beschrijving is van deze kwaliteit van zuivere aandacht.

Ik denk dat de meesten van jullie die opmerking van Moeder Teresa wel eens gehoord hebben waar ik zo dol op ben. Iemand vroeg haar wat zij zegt wanneer ze tot God bidt. En ze zei dat ze dan helemaal niets zegt, dat ze alleen maar luistert. En toen vroegen ze wat God dan tegen haar zegt terwijl zij luistert. En zij antwoordde dat hij helemaal niets zegt, dat hij alleen maar luistert. Ik kan het je uitleggen als je het niet begrijpt. Alles wordt onthuld in deze positie van luisteren, van ontvangend bewustzijn, van open bewustzijn, wanneer we niet proberen dingen te controleren of dingen te laten gebeuren, maar wanneer we dingen onthuld laten worden.

Deze kwaliteit, deze mentale factor van sati, mindfulness, heeft een geweldige kracht. En er is een lange lijst van de voordelen ervan. Een van de voordelen van sati is dat het functioneert als bewaker van de zintuigdeuren. Dat wil zeggen dat het de geest weerhoudt van papanca, het Pali-woord voor de neiging van de geest tot woekeren, wat we zo vaak zien. Dus bewaker van de zintuigdeuren betekent hier niet dat we de zintuigen sluiten. Dat is het punt niet. Maar eerder dat wij mindful zijn van wat het is dat er opkomt. En het doel van deze bewakersfunctie van de zintuigdeuren is het woekeren te vermijden van verlangens, van willen, van ontevredenheid. We verwijlen echt meer in vrede.

Een plaats waar ik dit buitengewoon behulpzaam vind en waar de vruchten ervan heel duidelijk gezien kunnen worden, is bij het zien. Over het algemeen hebben we het bij meditatie-instructies niet zo over het beoefenen van mindfulness van het zien. Toch is het visuele gebied een zeer op de voorgrond tredend deel van onze ervaring. En dus denk ik dat het een heel nuttige plaats is om te beginnen met het beoefenen van mindfulness en van dit bewaken van de zintuigdeuren.

Ik heb hier een heel treffende ervaring mee. De keren dat ik in New York was om les te geven, als ik dan in de stad was, dan komt het visuele zo sterk op je af. Met name wanneer je op Fifth Avenue wandelt, met al die winkels met al die geweldige dingen. Als ik dan niet mindful was, dan bleef mijn geest maar kijken naar al die dingen, en voortwoekeren in de mogelijkheden van willen. Totaal niet relaxt. Maar als ik zag wat er gebeurde en terugviel in de positie van mindfulness, alleen maar ‘zien’, ‘zien’ . . .  dan kwam het hele systeem, geest-en-lichaam in een positie van ontspannenheid. Alles was nog steeds daar, ik liep niet met mijn ogen dicht, maar de mindfulness bij de deur van het oog bracht werkelijk een gevoel van vrede.

 

Mindfulness heeft nog een andere functie. En dat is dat het dient om alle andere mentale factoren in evenwicht te houden. Wanneer we mindful zijn, kunnen we echt beginnen te zien welke factoren overmatig aanwezig zijn en aan welke er een tekort is. Als we niet mindful zijn, dan weten we dat niet, en kunnen we ons verloren voelen en in onbalans. Dit is een van de redenen waarom van de vijf Beheersende Vermogens (vertrouwen, inspanning, mindfulness, concentratie en wijsheid) mindfulness precies het middelste is.

Mindfulness dient om vertrouwen en wijsheid in balans te houden. Wanneer er te veel vertrouwen is, kunnen we heel dogmatisch worden, vertrouwen wordt dan als een blind geloof. We raken gehecht aan onze meningen. En vertrouwen en wijsheid raken soms ook uit balans wanneer het mediteren heel goed gaat en we overenthousiast worden. Dan overweldigt het vertrouwen de wijsheid. Je hebt een geweldige ervaring, maar bent er niet mindful van. Mindfulness brengt alles in balans, daarmee beginnen we weer de fundamentele leegheid, zelfloosheid te zien en komen we weer in balans met wijsheid.

Aan de andere kant wordt wijsheid soms te sterk en is er niet genoeg vertrouwen. Wanneer we een echt inzicht hebben, een echt niveau van realisatie, kunnen we ons daar ook te gemakkelijk tevreden mee stellen. Vertrouwen zou ons dan open kunnen houden voor dingen die ons niveau van begrip op dat moment nog te boven gaan, open voor wat we nog niet weten.

Een Koreaanse Zenmeester heeft eens gezegd dat vertrouwen zonder wijsheid onwetendheid doet vermeerderen, en begrip zonder vertrouwen verkeerde meningen, omdat we gehecht raken.

Mindfulness houdt ook inspanning en concentratie in evenwicht. Wanneer er te veel inspanning is, te veel energie, maar niet genoeg concentratie om deze te hanteren, dan wordt het rusteloosheid. Als er te veel concentratie is, de geest is heel erg op één ding gericht, maar niet genoeg energie, dan gaat de geest wegzakken. Een soort vervallen in geconcentreerde verlamming.

 

Mindfulness dient ook om de geest te bewaken. Mindfulness oefent een controlerende invloed uit op de kwaliteit van onze gedachten en onze intenties. Zonder mindfulness voeren we simpelweg alle gewoontepatronen uit die we geconditioneerd hebben. Hoe gaat het er in de wereld aan toe? De meeste mensen hebben mindfulness niet in een merkbare mate gecultiveerd en leven zich in hun leven uit in een hele reeks van geconditioneerde neigingen. Sommige daarvan zijn heilzaam, andere onheilzaam. En we zien het leed dat er het resultaat van is.

De Amerikaanse monnik Achaan Sumedho heeft dit zo kernachtig samengevat met zijn uitspraak dat het er in ons leven niet om gaat ons hart te volgen, maar ons hart te trainen. Dat onderscheid vind ik zo waardevol! Er ligt zo’n culturele nadruk op het volgen van je hart, alsof alles in ons hart nobel en zuiver en waardevol zou zijn. Maar er is niet veel oefening voor nodig om ons te realiseren dat dat niet zo is. Sommige dingen in ons hart zijn heilzaam en handig, maar andere niet. Dus het is geen kwestie van ons hart volgen, maar van ons hart trainen.

In een sutta die genoemd is ‘Twee soorten gedachten’ beschrijft de Boeddha twee verschillende manieren of twee verschillende aspecten van hoe mindfulness de supervisie kan hebben over onze geest. Twee verschillende aspecten van de supervisiefunctie en de bewakersfunctie. En deze twee aspecten kunnen ons helpen de nuances te begrijpen van onze eigen praktijk en hoe we ze het best op verschillende momenten kunnen toepassen. De volgende letterlijke tekst heeft betrekking op twee werkelijk verschillende aspecten van mindfulness.

De Boeddha spreekt aldus: ‘Vóór mijn verlichting, toen ik nog een niet-verlichte Bodhisattva was, kwam het idee in mij op: “Als ik mijn gedachten nu eens in twee klassen zou onderverdelen.” Daarop plaatste ik aan één kant gedachten van zintuiglijk verlangen, gedachten van kwaadwilligheid en gedachten van wreedheid. En aan de andere kant plaatste ik gedachten van afstand nemen, gedachten van welwillendheid en gedachten van compassie. Terwijl ik zo verwijlde, ijverig, vurig en vastbesloten, kwam een gedachte van zintuiglijk verlangen in mij op. Ik begreep het als volgt: “Deze gedachte van zintuiglijk verlangen is in mij opgekomen. Hij leidt tot mijn eigen ellende, tot ellende van anderen en tot ellende van beiden. Hij blokkeert wijsheid, veroorzaakt moeilijkheden en leidt af van Nirvana.”’ Let op, nu volgt iets cruciaals! ‘Toen ik overwoog: “Deze gedachte leidt tot mijn eigen ellende,” nam hij in kracht af. Toen ik overwoog: “Deze gedachte leidt tot ellende van anderen,” nam hij in kracht af. Toen ik overwoog: “Deze gedachte leidt tot ellende van beiden,” nam hij in kracht af. En toen ik overwoog: “Deze gedachte blokkeert wijsheid, veroorzaakt moeilijkheden en leidt af van Nirvana,” nam hij in kracht af. Wanneer er ook maar een gedachte van zintuiglijk verlangen in mij opkwam, liet ik hem achter, verwijderde ik hem, ontdeed ik mij ervan.’

En hij gaat verder met een ander beeld:

‘Net zo als in de laatste maand van het regenseizoen, in de herfst, wanneer de gewassen rijp zijn, een koeherder over zijn koeien zal waken door ze voortdurend aan alle kanten te prikken en tikken te geven met een stok, om ze te controleren en te pijn te doen -En waarom doet hij dat? Omdat het hem duidelijk is dat als hij ze in de gewassen loslaat, hij in de gevangenis terecht zal komen, beboet zal worden of berispt zal worden - Net zo zag ik in onheilzame toestanden gevaar, achteruitgang en bezoedeling, en in heilzame toestanden de zegening van het afstand houden, het aspect van zuivering.’

Dus het punt hier is de erkenning dat wij bij onheilzame toestanden van de geest, bij onheilzame gedachten, een meer actief betrokken mindfulness nodig hebben. Want zoals de Boeddha verderop in de sutta aangeeft: ‘Wat wij herhaaldelijk denken en waar wij bij stil blijven staan, dat zal de geneigdheid worden van onze geest.’ Dus het is niet zo dat deze gedachten en mentale toestanden geen kracht hebben. Denkgewoonten vormen onze geest.

De bioloog Rupert Sheldrake gebruikt de uitdrukking ‘morfische resonantie’. Wat hij daarmee bedoelt is zijn inzicht dat het in de natuur heel erg lang kan duren voordat iets bepaalds daadwerkelijk gebeurt. Maar als het eenmaal gebeurt, dan kan het veel gemakkelijker opnieuw gebeuren. De volgende keer dat het gebeurt, zal veel sneller zijn. Dat komt zó overeen met mijn begrip van de wet van karma en het conditioneren van de geest! Iedere keer dat we iets denken of op een bepaalde manier handelen, maakt het des te gemakkelijker voor dat patroon om opnieuw op te komen. En dit is precies waar de Boeddha ons op wijst. Dus bij onheilzame toestanden van de geest is er een soort prikken en tikken geven van koeien nodig en hen buiten bereik houden van de gewassen. We moeten actief betrokken zijn. Mindfulness heeft in dit opzicht de kracht om ons te laten zien wat voor gedachten, wat voor mentale toestanden er feitelijk opkomen. Zoals jullie weten, blijven zoveel van onze gedachtes en gevoelens en stemmingen onopgemerkt. En daarmee ontgaat ons wat er gecultiveerd wordt. En de Boeddha benadrukt dus dat mindfulness aan het licht brengt wat heilzaam is en wat onheilzaam, en dat wij binnen het onheilzame een actievere positie dienen in te nemen.

Bij heilzame geestestoestanden neemt mindfulness een geheel andere vorm aan. Dan behoeven wij de koeien niet zo nauwgezet te bewaken. In feite leidt dat soort overtrokken waakzaamheid van de geest bij heilzame geestestoestanden alleen maar tot meer onrust. Dus mindfulness van heilzame toestanden neemt de vorm aan van een meer afstandelijke observatie. Gewoon simpel zuivere aandacht, geen tussenbeide komen.

En de Boeddha gaf dit voorbeeld in de sutta: ‘Net zoals in de laatste maand van het hete seizoen, wanneer alle gewassen de dorpen zijn binnengebracht, een koeherder zijn koeien hoedt terwijl hij aan de voet van een boom zit of in de open lucht, hij behoeft er alleen maar mindful van te zijn dat de koeien er zijn – net zo was het voor mij alleen maar nodig om er mindful van te zijn dat de heilzame toestanden er waren, en dat ze aanhielden.’ Dit is hoe wij willen oefenen als wij een ontwikkeling hebben doorgemaakt en de heilzame toestanden van de geest sterker zijn. Als wij aldus vurig, met helder begrip en mindful  verwijlen, leren wij in onze oefening de juiste balans te vinden tussen actief en ontvangend, tussen doen en niet-doen.

Eén aspect van mindfulness is dus een gecultiveerde toestand. Het vereist echt inspanning om aandacht te hebben. Deze soort van inspanning om mindful te zijn, brengt ons terug bij het moment waarop we het zijn kwijtgeraakt. Dit wordt in de Boeddhistische psychologie wel ‘aangespoord’ bewustzijn genoemd, een bewustzijn dat door overweging of door vastbeslotenheid op een weloverwogen wijze wordt voortgebracht. Het wordt aangespoord door onze intentie, aangespoord door onze inspanning.

Er is ook een soort van mindfulness die geen aansporing nodig heeft. Wanneer we deze goed ontwikkeld hebben door veelvuldig herhaalde oefening, dan wordt mindfulness de geneigdheid van onze geest. Wanneer we goed geoefend hebben, begint mindfulness spontaan op te komen. Er is helemaal geen bijzondere inspanning meer vereist. Het gebeurt gewoon, het gebeurt vanzelf.

Er is nog een verder onderscheid te maken. En het kan heel interessant zijn om daar op een meer verfijnd niveau naar te kijken. Zelfs wanneer mindfulness uit zichzelf opkomt, spontaan is, geen aansporing nodig heeft, geen inspanning vereist, kunnen wij nog onderscheiden of er de aanwezigheid is van een observeerder, van een observatiepunt in die mindfulness. Of er een gevoel is van iemand die mindful is of niet. Uiteindelijk komen we terecht bij de aangeboren waakzaamheid die in de aard ligt van de geest. De aard van onze geest is bewustzijn, op dezelfde manier als het de aard van een spiegel is om te spiegelen. De waakzaamheid van onze geest, dit vermogen tot kennen, is eigenlijk aangeboren.

Dus ik denk dat het helpt om gewoon te beginnen te begrijpen en zien hoe het met al deze soorten mindfulness gesteld is in onze oefening. Mindfulness als zich herinneren, met de verschillende bespiegelingen over de Boeddha, de Dharma, de Sangha, over onze ethische betrokkenheid tot deugdzaamheid, over vrijgevigheid, over deva’s of vroegere levens, mocht iemand zich die kunnen herinneren. En we kunnen mindfulness gebruiken om vertrouwen op te wekken, energie, een bepaald soort vreugde. We gaan begrijpen dat mindfulness de kwaliteit is van tegenwoordigheid van geest, van bewustheid van het huidige moment, van zuivere aandacht. We gaan alle verschillende manieren zien waarop het in ons functioneert en kan functioneren. Als mindfulness functioneert als bewaker van de zintuigdeuren, gaan we voor onszelf zien hoe het de geest vrijwaart van voortwoekerend verlangen. We gaan zien hoe het verschillende factoren in balans houdt, hoe het de geest als geheel bewaakt en hoe we onderscheid kunnen maken tussen bedreven en onbedreven gedachten en geestestoestanden. En we gaan een meer actieve betrokkenheid toepassen bij de onbedreven toestanden en een meer ontvankelijke modus bij de bedreven toestanden. We gaan leren rustig te ontspannen waar mindfulness zich op natuurlijke wijze ontplooit.

Ik wil graag eindigen met een instructie van Achaan Cha. Die heeft gezegd dat een geest in zichzelf al vredig is. Als een geest op een bepaald moment niet vredig is, is dat omdat hij stemmingen volgt. Hij wordt opgewonden omdat stemmingen hem bedriegen. Zintuiglijke indrukken komen en misleiden de geest naar ongeluk, leed, blijdschap en zorgelijkheid. Maar de ware aard van de geest is geen van deze dingen. Blijdschap of droefenis is niet de geest, maar slechts een stemming die ons komt bedriegen. De ongetrainde geest raakt in de war en volgt de stemming. Hij vergeet zichzelf. En dan denken wij dat wij het zijn die van streek zijn of ons lekker voelen of wat dan ook. Maar echt: deze geest van ons is onbeweeglijk en vredig, werkelijk vredig. Dus wij moeten de geest trainen om deze zintuiglijke indrukken te leren kennen en zich er niet in te verliezen. Dàt is het doel van al dat oefenen dat we onszelf opleggen.

Tenslotte een paar regels uit een gedicht van Mary Oliver:

            De droom van mijn leven is te liggen bij een trage rivier

            En te staren naar het licht in de bomen.

            Iets te leren door een tijdje niets anders te zijn

            Dan de rijke lengte van aandacht.